Verboden voor clowns

In dit verhaal vertelt onze Daniëlle (CliniClown Mies) over een ontmoeting met Amy in het ziekenhuis.

"Met dikke zwarte stift staat het geschreven op een wit vel papier: verboden voor clowns. In kriebelige kinderletters. Het hangt op het raam van de ziekenhuiskamer. Amy schreef het. Ze is acht jaar oud, zojuist opgenomen in het ziekenhuis en ernstig ziek.

Iedere week speel ik met mijn vaste maatje Anneke van der Molen (clown Kluts) in het UMC Groningen. Tijdens het inspreken legt de medisch pedagogisch zorgverlener de situatie van Amy aan ons uit. De boodschap is duidelijk: Amy is bang voor clowns. Geen bezoek.

Tijdens onze muzikale ronde proeven we alvast de sfeer op de afdeling. Bij het volgende rondje zitten kinderen vaak al rechtop in bed of wachten ze ons op in de deuropening. Bij Amy is de deur dicht.

Kluts en ik staan stil in de gang. Net nog in het zicht van Amy maar ver genoeg om haar veilig te laten voelen. Vanuit onze ooghoeken zien we haar op bed liggen. In gebaren spelen we dat we de weg kwijt zijn. Druk wijzen we alle kanten op. Moeten we daarheen? Of toch daarheen? We halen onze schouders op, we weten het niet.

Ik wijs naar de kamer van Amy en we schudden driftig nee. Daarheen sowieso niet. Zo voelt Amy zich gezien en gehoord. En weet ze: bij haar komen we niet binnen.

Een aantal weken gaat voorbij. Steeds hetzelfde ritueel, maar er verandert iets. Amy zit rechtop in bed als we langskomen. Haar blik op ons gericht.

Weer een week later staat ze voor het raam naar ons te kijken. De deur is nog steeds dicht. Het briefje hangt er nog. Amy voelt zich duidelijk steeds veiliger.
Op een dag is het briefje weg. De deur staat open. Amy staat weer voor het raam. Maar Kluts en ik mogen de kamer niet in en lopen na het inmiddels vertrouwde ritueel verder.

De keer erop hangt er weer een briefje aan de deur. ‘Welkom voor clowns,’ staat er nu op. Amy staat in de deuropening. Ze lacht ons toe. ‘Jullie mogen wel binnenkomen hoor,’ zegt ze vol zelfvertrouwen. Kluts trekt haar wenkbrauwen omhoog en kijkt mij met grote ogen aan. ‘Hoor je dat Mies,’ zegt ze. ‘We mogen binnenkomen.’ Ik sta met mijn rug tegen de muur en schudt driftig nee. Amy wordt nu steeds brutaler. ‘Miesss,’ roept ze. ‘Het mag wel!’

Ik druk mijn rug nog steviger tegen de muur. Nu bemoeit Kluts zich ermee. ‘Mies kom nou. Het mag echt!’ Ik kom nog steeds niet in beweging. Amy rent naar me toe en pakt mijn hand. Ik grijp de kruk vast van de deur naast mij. Amy schatert het uit. ‘Bangerik,’ roept ze. Ze trekt aan mijn arm. Kluts helpt haar. Ze duwen en trekken. Ik zet mijn hakken in het denkbeeldige zand. Met veel moeite krijgen ze me de kamer in. Het ijs is gebroken.

Vanaf dat moment staat de deur bij elk bezoek wagenwijd voor ons open."

*Om privacyredenen is een fictieve naam gebruikt